Zeearenden met GPS-zenders zonder problemen de winter in

Vanaf augustus maakten de vier jonge arenden met GPS-zenders vaker uitstapjes buiten het broedgebied. Hierbij vlogen de twee zendervogels uit Flevoland rond eind augustus richting Noord-Duitsland, waarbij ze een periode van één tot twee weken buiten het broedgebied waren (zie voorgaande berichtgeving ). De twee vogels uit de Delta, die ongeveer 10-30 dagen later vliegvlug werden dan de Flevolandse vogels, verlieten het broedgebied ook, maar pas vanaf de tweede week van september. De vogels oriënteerden zich, in tegenstelling tot de dieren uit Flevoland, niet op Duitse gebieden maar op gebieden in Vlaanderen en Nederland, o.a. de provincie Utrecht, Noord-Holland en de Delta zelf.

Zendervogels uit de Delta

De vogel van de Hellegatsplaten maakte tussen 10 en 11 september een langere tocht tot in het Veenweidegebied bij Kamerik, ten westen van Utrecht. Van 19 tot 21 September navigeerde hij opnieuw richting het noorden, via het Utrechtse Veenweidegebied en Amsterdam naar de Amsterdamse Waterleidingduinen aan de Noordzeekust. Vanuit dat gebied vloog hij de volgende dag weer terug naar het zuiden, via de Randstad naar het Haringvliet. Ondanks dat de vogel tijdens de tocht het stedelijk gebied zoveel mogelijk leek te vermijden, was het noodzakelijk grote stedelijke agglomeraties te passeren.

De vogel uit de Dordtse Biesbosch vertrok op 19 september richting het Hollandsdiep tot voorbij Moerdijk. Daarna koerste het dier pal zuid tot in Vlaanderen, waarna ze zuidoost vloog tot het dal van de Maas ter hoogte van Maastricht. Vanaf daar volgde ze de flank van de Maasvallei, via Luik en Namen naar het zuiden van België. Vervolgens kwam ze terecht in een kleinschalig maar bosrijke regio ten oosten van de stad Charleroi, waar ze de nacht doorbracht. Op 20 september koerste ze weer helemaal terug naar het westen en noordwesten, passeerde de stad Gent en vloog Zeeuws-Vlaanderen in. Na een nacht op de Hooge Platen in de Westerschelde vloog ze in noordelijke richting naar Noord-Beveland. Op 22 september vloog de vogel verder richting het noorden en passeerde de Oosterschelde en de Grevelingen waarna ze via het Haringvliet weer in de Biesbosch arriveerde.

Weersinvloeden

Opmerkelijk is dat beide vogels uit Flevoland en beide vogels uit de Delta de langere tochten op ongeveer op dezelfde dagen begonnen. Dit had zeer waarschijnlijk te maken met optimale weersystemen, met gunstige wind en veel zon en cumulus, waardoor de vogels gemakkelijk hoogte konden maken om lange afstanden af te leggen.

Na de reizen tot in het buitenland van eind augustus en begin september ondernamen de vier zendervogels geen serieuze uitstapjes meer. Dat heeft mogelijk te maken met het veel minder gunstige weer, waarbij sinds eind september grote aantallen lage drukgebieden passeerden, met zuidelijke tot westelijke aanvoer, veel wind en weinig thermiek.

Figuur 1. Posities van vier jonge Zeearenden met GPS-zenders sinds 23 september. Vogel Lepelaarplassen (rood), Spijk-Bremerberg (blauw), Hellegatsplaten (oranje) en Dordtse Biesbosch (groen).

Verblijf in vertrouwd gebied

Sinds de laatste week van september verblijven alle vier de vogels in hun geboorteregio, met name in de grote natuurgebieden en gebruiken ze, op 1 of 2 kleine uitstapjes na, weinig ruimte. Vanaf die periode vliegen de vogels uit de Delta gedurende de daglichtperiode maar circa 5-15 % van de tijd en de vogels uit Flevoland (vooral binnen de Oostvaardersplassen) circa 25-30%. In de tijd die niet vliegend wordt doorgebracht zitten de dieren in veel gevallen op de grond of in bomen in de foerageergebieden. Met het verblijven in vertrouwde gebieden kunnen de vogels waarschijnlijk gemakkelijk overleven. Er is in die gebieden veel voedsel: watervogels en vis. Met de geringe omvang van het ruimtegebruik in de natuurgebieden en de geringe tijd dat ze vliegen, is de kans erg klein dat ze slachtoffer worden van acute vergiftiging, afschot of aanvaringen met hoogspanningskabels of windturbines. Een belangrijke vraag is in hoeverre ze wel risico lopen op doorvergiftiging via prooidieren. Deze vraag zal o.a. de focus worden van de activiteiten van de werkgroep vanaf 2020.

Op deze webpagina  kunnen via een portal de vier vogels op de voet worden gevolgd. Hierbij wordt eens per dag een nieuwe positie aan de kaart toegevoegd, maar worden de gegevens met enige vertraging weergegeven, om de vogels te beschermen. Om de vogels te kunnen volgen, druk op onderstaande link: portal.werkgroepzeearend.nl.

De werkzaamheden worden uitgevoerd door de Werkgroep Zeearend Nederland in samenwerking met Wageningen Environmental Research. Het project wordt mogelijk gemaakt door de Provincie Flevoland, Provincie Zuid-Holland en door het Prins Bernhardfonds.

Broedgevallen 2019

In 2019 werden 15 bezette nesten geregistreerd, waarvan ten minste 11 paren tot broeden overgingen. In de Oostvaardersplassen, waar in de periode 2006-18 jaarlijks gebroed werd, was in 2019 voor het eerst in 13 jaar geen nest in gebruik. Er werden wel adulte vogels waargenomen maar of er sprake was van een gevestigd paar kon niet worden bevestigd. Daar tegenover stond de nieuwe vestiging van een paar in de Lepelaarplassen, dat een nieuw nest bouwde en tot broeden overging.

In het Lauwersmeer mislukte een broedpoging vermoedelijk al in maart, hoewel broeden niet met zekerheid is vastgesteld (nestbouw wel). Paren van recente vestigingen (uit 2017 en 2018), zoals die van Fluessen en de Hellegatsplaten, waren daarentegen in 2019 voor het eerst succesvol.

De paren vestigden zich vooral in de drie regio’s met grotere wateren, wetlands en meren van Noord-Nederland, IJsselmeergebied en de Delta (zie tabel). In Noord-Nederland werden 3, in het IJsselmeergebied 6 en in de Delta 5 bezette nesten vastgesteld. Dit beeld komt overeen met de situatie van recente jaren. Nabij de IJssel (regio Rivierengebied) had een paar voor het derde achtereenvolgende jaar een nest in gebruik op de Noord-Veluwe, maar kon broeden opnieuw niet worden bevestigd (mond. meded. Wim van den Bergh).

Naast bezette nesten werden in een aantal gebieden gepaarde vogels waargenomen, waarvan ten minste één van de partners in onvolwassen kleed, die mogelijk op korte termijn zullen proberen te vestigen door een nest te bouwen. Zover nu bekend is, is dat het geval in de Onlanden (Gr), de Friese IJsselmeerkust (Fr), de regio van het Drents-Friese Wold (Fr/Dr), de Noord-Veluwe (2de paar), de IJssel (Gld) en een aantal gebieden in de Delta (Zl/ZH).

Jonge Zeearenden op het nest van de Hellegatsplaten, 21 juni 2019. Foto: (c) Pepijn Calle.

Broedsucces

Van de 11 paren die in 2019 (Lauwersmeer niet meegerekend) tot broeden kwamen mislukte alleen het nest van de Slikken van de Heen (zie tabel). Het paar bouwde een nieuw nest dat tijdens een storm in de vroege eifase uit de boom viel. De elf succesvolle broedparen brachten 8x 1 en 3x 2 jongen groot, samen 14 individuen. Alle jongen vlogen uit. Dat is gemiddeld 1.3 uitgevlogen jongen per geslaagd broedgeval en 1.0 per nest. Het broedsucces pakte in 2019 wat lager uit dan de meeste eerdere jaren. In alle delen van land was sprake van de wat geringere aantallen jongen per nest, waarbij de meeste paren slechts één jong groot brachten. Van de 14 jongen was de helft afkomstig uit in de regio IJsselmeergebied, 5 uit de Delta en slechts 2 uit Noord-Nederland. Zes jongen werden gekleurringd (Zwarte Meer, Veluwemeer, Lepelaarplassen, Dordtse Biesbosch en Hellegatsplaten).

In dit artikel in  Takkeling 27(3) worden de broedgevallen uitgebreider besproken. Wordt lid van de Werkgroep Roofvogels Nederland en ontvang de Takkeling 4x per jaar.

Broedsucces van paren met bezette nesten van Zeearenden in Nederland in 2019. Bron: Van Rijn et al. 2019. Broedende Zeearenden Haliaeetus albicilla in Nederland in 2019. Takkeling 27(3): 204-209

Regio Gebied Broeden Jong Vliegvlug
Noord-Nederland Lauwersmeer nee 0 0
Zuidlaardermeer ja 1 1
Alde Feanen ja 1 1
IJsselmeer Fluessen ja 1 1
Zwarte Meer ja 1 1
IJsselmonding ja 2 2
Veluwemeer ja 1 1
Lepelaarplassen ja 1 1
Eemmeer ja 1 1
Rivieren Noord-Veluwe nee 0 0
Deltagebied Brabantse Biesbosch ja 2 2
Dordtse Biesbosch ja 1 1
Slikken van de Heen ja 0 0
Hellegatsplaten ja 2 2
Markiezaat nee 0 0

 

De Oostvaardersplassen als opvanggebied voor jonge zeearenden

In het nieuwe N2000 beheerplan voor de Oostvaardersplassen is de zogeheten moeras-reset één van de belangrijkste maatregelen. Hierbij is het de bedoeling dat door tijdelijke waterstandsverlaging nieuwe zones met rietmoeras kunnen ontstaan, die een impuls gaan geven aan moerasvogels als bruine kiekendief, roerdomp, baardmannetje en allerlei andere soorten rietzangvogels. Het waterpeilbeheer wordt gefaseerd uitgevoerd zodat ongeveer de helft van het gebied kan blijven functioneren als uitwijkgebied voor vogels, meervleermuis, otter en bever. In de zomer van 2018 is een start gemaakt met de beheermaatregel.

Verblijf in de Oostvaardersplassen

Door de droge zomer van 2019 zakte de waterstand sneller dan verwacht. Er ontstonden slikken waardoor een groot areaal foerageergebied beschikbaar kwam voor concentraties  watervogels en steltlopers. Door de lagere waterstanden waren veel grote karpers beter bereikbaar. Daarnaast was hierdoor het aanbod aan consumeerbare karpers toegenomen door de sterfte die optrad. Zowel de watervogels als de karpers trokken vanaf augustus tot wel 10-12 zeearenden aan. Ook de twee jonge Flevolandse zeearenden, die in juni met een gps-logger werden uitgerust, maakten deel uit van deze groep. Het jong uit de Lepelaarplassen (Jannie genaamd) begon vanaf 20 juli, ongeveer een maand na uitvliegen, de Oostvaardersplassen te bezoeken. Vanaf augustus verbleef ze zelfs een groot deel van haar tijd in het gebied. Ook tussen de uitstapjes die ze buiten de regio maakte (zie eerdere berichten) kwam ze zonder uitzondering terug naar de Oostvaardersplassen, maar vloog ze ook regelmatig  terug naar de Lepelaarplassen. Aanvankelijk gebruikte ze vooral het westelijke deel van de Oostvaardersplassen, maar na verloop van tijd ook de oostelijke zone (zie figuur 1).

Figuur 1. Posities van de twee Flevolandse jonge zeearenden (t/m 4 oktober 2019)

De zeearend uit het nest van Spijk-Bremerberg maakte in de periode na uitvliegen, net als Jannie, kleine uitstapjes in de omgeving van het nest en pas later buiten de regio. Opmerkelijk genoeg kwam de vogel in de eerste maanden nooit naar de Oostvaardersplassen, terwijl het dier dat gebied zeker moet hebben zien liggen vanuit de lucht. Net na zijn eerste grotere reis, waarbij hij gedurende ongeveer twee weken in Noord-Duitsland verbleef en via Noord-Frankrijk weer naar Flevoland navigeerde, vloog de vogel rond half september naar de Oostvaardersplassen. Begin oktober verblijven beide vogels er nog steeds (figuur 1). Uit de gegevens blijkt dat beide dieren de laatste twee weken veel in de Aalscholverkolonie van het gebied rondhangen en o.a. dezelfde slaapplaats gebruikten.

Natuurherstel

Het ‘resetten’ van het moerasdeel van de Oostvaardersplassen is een mooi voorbeeld van een maatregel die door middel van nabootsen van natuurlijke dynamiek een ‘boost’ geeft aan natuurwaarden waarbij naast zeearenden tal van andere vogelsoorten profiteren. De arenden betreffen vooral jonge en onvolwassen vogels die veelal in groepen opereren. Vogelkijkhutten zijn afgeladen met natuurfotografen die de situatie gebruiken om mooie beelden te kunnen maken. Het 3600 ha grote moeras functioneert blijkbaar momenteel als opvanggebied voor jonge vogels door een groot voedselaanbod, waaronder watervogels en vis, als gevolg van laag en uitzakkend waterpeil. Met het concept van “resetten” van het moerasgebied is reeds in het verleden al ervaring opgedaan. In de periode 1987-1990 werd bij wijze van experiment ook een deel van het gebied droog gezet. In het tweede jaar na droogvallen ontstonden er grote arealen pioniersvegetaties waarbij moerasplanten en hun zaden als voedsel dienden voor herbivore watervogels waaronder duizenden wintertalingen en tal van andere soorten. Ook in die periode werd een relatie gevonden met het voorkomen van zeearenden, toen nog alleen overwinteraars en voordat de Europese broedpopulatie herstelt was (zie o.a. de special issue van Ardea over moerasvogels en beheer (nummer 98(3) (klik voor deze special) .

Media

In de radio-uitzending van Vroege Vogels van zondag 6 oktober gaf de werkgroep toelichting op de situatie in de Oostvaardersplassen en uitleg over het huidige onderzoek. De uitzending is terug te luisteren op: de site van Vroege vogels.

De gezenderde jonge zeearenden uit 2019 zijn online te volgen op: portal.werkgroepzeearend.nl

Werkgroep Zeearend Nederland

Eerste Nederlandse jonge zeearenden met GPS-zenders verlaten broedgebied

Na succesvol uitvliegen van de vier gezenderde jonge Zeearenden eerder deze zomer (zie tabel), maakten de vogels de laatste weken steeds vaker uitstapjes buiten het broedgebied. De omvang van de uitstapjes verschilde per vogel en zijn een aanwijzing dat de vogels zich gaan richten op een onafhankelijk bestaan. Tijdens hun eerste zwerftochten verkennen ze nieuwe gebieden en vliegen ze vroeg of laat de wijde wereld in. Twee van de vogels hebben hun broedgebied inmiddels achter zich gelaten, op weg naar een onafhankelijk bestaan. Lees “Eerste Nederlandse jonge zeearenden met GPS-zenders verlaten broedgebied” verder

Nederlandse jonge zeearenden met GPS-zenders succesvol uitgevlogen

In recente jaren nam het aantal broedparen van zeearenden in Nederland gestaag toe. Het vestigingspatroon, habitatgebruik, de dispersie en sterfte van jonge vogels kunnen niet door middel van ringen of kleurringen op detailniveau worden ontrafeld. Deze kennis kan wel effectief worden verkregen d.m.v. gebruik van nieuwe technieken, specifiek met de modernste GPS-loggers.

Jonge zeearend met GPS-logger in de Dordtse Biesbosch, 27 mei 2019. Foto: Pepijn Calle

In de periode 2019-2020 zullen in Nederland totaal 10 jongen worden uitgerust met GPS-zenders. Naast een GPS-zender krijgen de jongen een metalen ring en een kleurring. De GPS-tracking-eenheden bieden gegevens over vliegbewegingen om zo inzicht te krijgen in dispersie, habitatkeuze en vestigingspatroon van dieren op verschillende leeftijd en van verschillende afkomst. Dit onderzoek draagt bij aan het beantwoorden van vragen met betrekking tot de habitatkeuze en de habitatgeschiktheid van gebieden (met oog op optimalisatie van beheer van wetlands en andere grote wateren), maar ook de aanvaringsgevoeligheid met windturbines, hoogspanningleidingen en verkeer en (door)vergiftiging.

GPS-loggers

In 2019 zijn vier nestjonge zeearenden voorzien van GPS-loggers (tabel 1). De zenders van de vogels sturen twee maal daags posities op basis van 5 minuten-intervallen en voor specifiek onderzoek tevens hoge resolutie van 3 sec, waarbij ook vlieghoogte wordt geregistreerd. Op basis hiervan kunnen de vliegbewegingen in verschillende situaties, zowel qua terrein, seizoen, weersgesteldheid en tijd op de dag nauwkeurig in kaart worden gebracht. In gebieden met windturbines zullen de loggers per 3 seconden loggen om de vliegbewegingen en gedrag rond de turbines exact te kunnen bepalen.

Aantal jonge zeearenden in de nesten voor onderzoek met GPS-loggers, datum plaatsen GPS-logger (op Hellegatsplaten alleen oudste jong) en geslachten van de gezenderde vogels

Locatie Aantal j ongen Datum zender Geslacht
Spijk-Bremerberg 1 23 mei Man
Dordste Biesbosch 1 27 mei Vrouw
Lepelaarplassen 1 28 mei Vrouw
Hellegatsplaten 2 21 juni Man

Succesvogel uitgevlogen

Inmiddels zijn alle vier de dieren succesvol uitgevlogen (tabel 1). De vogels verblijven vooralsnog in het broedgebied. Sommige vogels maakten al diverse uitstapjes. Vooral de vogels uit Flevoland (Spijk-Bremerberg en Lepelaarplassen) maakten al kleine reizen van 6-7 km van het nest. De vogel uit de Lepelaarplassen vloog twee keer naar het westelijke deel van de Oostvaardersplassen, en de vogel Spijk-Bremerberg vloog diverse keren Oostelijk Flevoland in (figuur 1). Opmerkelijk genoeg vloog de vogel van Spijk-Bremerberg nog niet of nauwelijks naar het aanliggende Veluwemeer. Een blik op dit water in de huidige vakantietijd verklaart waarschijnlijk waarom dat is; de drukke recreatievaart en oevergebonden recreatie is momenteel maximaal en de vogel heeft daardoor geen ruimte om in het wetland te verblijven.

Enkele voorbeelden van de tracks van de vogel Lepelaarplassen (rood) en Spijk-Bremerberg (blauw) in juli 2019.De vogel Spijk-Bremerberg vloog al diverse malen in gebieden met windturbines, waarbinnen de logger per 3 seconden posities opslaat. De vogels uit de Dordtse Biesbosch en de Hellegatsplaten verblijven vooral in de moerasbossen en eilandjes in de directe omgeving van het broedgebied, tot ruwweg 1 km van de nestlocatie. Vroeg of laat zullen alle dieren grotere uitstapjes gaan maken en daarbij ook hun geboortegebied verlaten. De werkgroep zal de komende periode zo mogelijk maandelijks berichten plaatsen waarin de belangrijkste vliegbewegingen worden gerapporteerd.

Online meekijken

De werkgroep is momenteel bezig met een portal waarop publiek mee kan kijken. Allereerst komt er een portal voor beheerders en vrijwilligers die aan het project meewerken en daarnaast één voor publiek waarop de reizen van de vogels gevolgd kunnen worden. In een volgend bericht zal de werkgroep het gebruik van deze online portals aankondigen. Dat zal deze nazomer zo ver zijn.

De werkzaamheden worden uitgevoerd door de Werkgroep Zeearend Nederland in een samenwerking met Wageningen Environmental Research. Het project wordt mogelijk gemaakt door de Provincie Flevoland, Provincie Zuid-Holland en het Prins Bernardfonds.

Vier jonge Nederlandse zeearenden uitgerust met GPS-zender

De Werkgroep Zeearend Nederland heeft vastgesteld dat er dit jaar ten minste 14 jonge zeearenden uit het ei kropen. Komende jaren zullen vier van deze jonge zeearenden na het uitvliegen nauwkeurig kunnen worden gevolgd met GPS-loggers.

In de jaren na het eerste broedgeval in de Oostvaardersplassen in 2006 heeft de zeearend zich in verschillende delen van de Hollandse Delta, het IJsselmeergebied en Noord-Nederland gevestigd. Dit jaar kwamen 12 paren zeearenden tot broeden. Bij een aantal van die nesten werden de jongen door leden van de werkgroep geringd met een ring waarvan de individuele code op afstand is af te lezen. “Het ringen levert veel kennis op omdat de ringen door vogelaars worden afgelezen. De afgelopen jaren kregen we daardoor en beeld waar de in Nederland geboren jongen naar toe gaan en konden we bijvoorbeeld vaststellen dat een deel van de jongen nu in andere gebieden broedt. En we zagen dat een zeearend uit de Biesbosch, die in 2016 vergiftigd werd gevonden, herstelde in de opvang en jaren later een nest heeft in het Krammer-Volkerak.” vertelt Dirk van Straalen, voorzitter van de werkgroep.

Vogeltrekring (oranje) en gecodeerde kleurring.
(c) Rolf Hendriks InteraAxxie Tekst & Fotografie

Zorgen

Maar hoe zeearenden hun puberjaren doorbrengen is nauwelijks bekend. Hoe vinden ze hun nieuwe leefgebied? Welke risico’s lopen ze onderweg? De periode vanaf uitvliegen als jong tot het bouwen van een eigen nest duurt 3 tot 5 jaar. “In deze periode moeten de jonge vogels zien te overleven. Hiervoor moeten er foerageergebieden beschikbaar zijn, die naast voldoende bereikbaar voedsel ook rustig en veilig zijn. Die gebieden staan onder druk door toename van recreatie, en mogelijk door vergiftiging en aanvaringen met hoogspanningskabels en windturbines.” aldus Van Straalen van de werkgroep. Uit het buitenland is bekend dat zeearenden het risico lopen slachtoffer te worden van windturbines. Dat is een punt van zorg, want er komen komende jaren nog een flink aantal windparken bij. Hoe kunnen we rekening houden met zeearenden bij de aanleg? Zijn er gebieden waar zeearenden veel vliegen en gebieden die minder aantrekkelijk zijn?

GPS-loggers

Om antwoord op al die vragen te krijgen hebben vier jongen onlangs een GPS-logger gekregen. Dit gebeurt in samenwerking met Sovon Vogelonderzoek Nederland en Wageningen Environmental Research. De loggers bevatten een zonnecel en een 3G internetverbinding waarmee de posities van de vogels naar de onderzoekers worden gestuurd. Met de loggers kan de werkgroep de dieren komende jaren gaan volgen, van de eerste vlieglessen tot de omzwervingen op zoek naar nieuw leefgebied. De afgelegde routes zijn vanaf uitvliegen voor het publiek te volgen op de website van de werkgroep. Maandelijks wordt een kort overzicht gegeven met het laatste nieuws van betreffende dieren. Ralph Buij van Wageningen Environmental Research: “De provincie Flevoland wil weten hoe het zit met risico’s op aanvaringen met windturbines. Door het analyseren van de vlieghoogte wordt duidelijk waar en wanneer de vogels op de hoogte van turbine rotoren vliegen, en dus waar de risico’s op een aanvaring hoog zijn. Ook onderzoeken we het ontwijkingsgedrag van de arenden ten opzichte van de rotoren.”

Jongen uit de volgende gebieden hebben een zender gekregen:

  • Spijk-Bremerberg (Staatsbosbeheer)
  • Lepelaarplassen (Stichting het Flevo-Landschap)
  • Dordtse Biesbosch (Staatsbosbeheer)
  • Hellegatsplaten (Staatsbosbeheer)
Zeearend met zender op de rug.
(c) Pepijn Calle

Noodzakelijke kennis
Het project wordt gesteund door Staatsbosbeheer, Vereniging Natuurmonumenten, Stichting Het Flevo-landschap, Stichting Het Zeeuwse Landschap, de Provincie Zuid-Holland en de Provincie Flevoland. Deze organisaties hebben behoefte aan meer informatie over de vliegbewegingen van zeearenden, gevaren en verstoringsbronnen. “Ook de kennis over de leefwijze van jonge en volwassen vogels buiten de broedtijd is nog onvoldoende. De kennis die het zenderen zal opleveren, helpt om zorgvuldige keuzes te kunnen maken als natuurbeheerder. Rust is namelijk enorm belangrijk voor dit icoon van grote natte natuurgebieden”, zegt Thomas van der Es (boswachter Staatsbosbeheer).